www.hobbydraaiorgel.nl

Bouw van de 31 toets orgel.

Nadat ik de 20 toets Beyer orgeltje gebouwd had, was ik weer toe aan eem groter project. Een oude Duitse vriend van mij Ulrich Stille had een bouwbeschrijving gemaakt van een 31 toets orgel met 5 registers. Na aanschaf van deze uit ruim 180 pagina's tellende beschrijving was ik erg onder de indruk van de vele tekeningen, die dit boek bevatte. Ook werd door Klaus Ospelt een hoofdstuk over pijpenbouw beschreven welke erg duidelijk was. Het boek bevat twee opties: de orgel laten spelen op papierrollen of MIDI gestuurd. Ik koos voor het laatste uit kosten- en tijdsbesparingsoverwegingen. Traditiegetrouw begon ik eerst met de pijpen. Ik wilde horen welk geluid deze maakte. Gezien mijn positieve ervaringen met beukenhout was mijn houtkeuze voor de pijpen snel gemaakt.



Waar ik erg veel plezier in beleefde was het maken van de baspijpen. Door de dubbele uitvoering van de bassen krijg je een vollere klank

De balgen wilde ik deze keer zo origineel mogelijk maken en dat houdt in dat als balgleer schapenleer werd toegepast.

Omdat de grondplaat een lastig onderdeel is om te vervaardigen en vooral lekvrij, besloot ik deze in lagen te maken. De conducten (luchtkanalen) werden met behulp van een figuurzaag uitgezaagd en daara tegen de boven-of onderwand gelijmd. Hierna weden de zijwanden met lijm ingestreken en gecontroleerd op eventuele lekplekken. De andere zijde van het conduct plakte ik met papier af zodat ik kon controleren of de conduct luchtdicht was. Dit deed ik door in ieder register gat van de betreffende toon een houten stop te plaatsen en op het toevoergat een plastic slang aan te sluiten, waar ik doorheen blies.

Daar ik de ook de MIDI versie van de 20 toets bouwbeschrijving van Walter Höffle verkoop, wilde ik dezelfde ventielen als die daarin beschreven stonden toepassen. Dat hield in dat de electromagneten zelf gewikkeld moesten worden. Hiervoor maakte ik een hulpstuk met motortje en vertraging, waarbij ik de snelheid via een regelbare voeding kon instellen. De spoelen kregen een messing kern en een plasic zijwandje.

Achteraf bleek dat de constructie van Höffle nogal lawaaierig was. Dit werd veroorzaakt door het toepassen van een messing buisje in de ventielkast. Deze heb ik vervangen door een plastc kraaltje van Ministeck, welke dezelfde binnendiameter had. Het hinderlijk getik was hiermee verholpen.

Tijdens de hobbydemonstratiemiddag in maart 2014 toonde ik mijn vorderingen in streekmuseum de Locht.

Ik had de onderdelen voor een spelend orgel klaar, alleen de behuizing was aan de beurt. Ik wilde deze keer een orgel met een totaal ander uiterlijk en besloot het een Zuid Duits karakter te geven. De basiskleur werd olijfgroen.

Na het in elkaar zetten kwamen de eerste geluiden er uit. Natuurlijk vertoonde de orgel wat kinderziekten, maar die waren redelijk snel verholpen. Een eerste proefdraai was tijdens de speelmiddag in augustus 2014 in de Locht.

Wat voor mij de grootste uitdaging aan deze orgel vormde was de decoratie. Ik wilde de orgel voorzien van Bauernmahlerei. Via internet een DVD cursus op de kop getikt en acrylverf gekocht. De eerste try-outs waren nog niet echt veelbelovend.

Ik ontdekte een techniek waarmee je een printafdruk op hout kon krijgen. Leg de printafdruk met de printzijde naar het hout, strijk met een doek met thinner over het papier en de afdruk hecht zich op het oppervlak. De "kleurplaat" zat op het hout, nu alleen nog even inkleuren....

Gezien de reseultaten kreeg ik steeds meer plezier in het beschilderen van mijn orgel. Na de beschilderingen te voorzien te hebben van een beschermlaag, werd de orgel weer in elkaar gezet.

Resteerde nog de overige pijpen te maken. Hierbij kwam ik tot de ontdekking dat de maten tabel van de quinten foutief was. Een e-mail naar Ulrich resulteerde in een nieuwe matentabel voor deze pijpen. Ook bij de violen had ik mijn twijfels over de juiste maten. De pijpen die niet aanspraken heb ik vervangen door de gelijkwaardige pijp uit de bouwbeschriving van Höffle. Onderstaand een foto van de quinten met daarachter de picolo's.

Alhoewel de bouwbeschrijving aan gaf dat het orgel 5 registers bevatte, was het met een kleine aanpassing mogelijk om een 6e register toe te voegen. In de tekeningen had Ulrich trompetpijpen ingetekend echter in het boek werden ze niet beschreven. Dit vond ik echt teleurstellend. Wel kon ik een aanvullende beschrijving van trompetpijpen krijgen, maar daarvan beviel me de vormgeving niet. Dus zelf op jacht naar een betrouwbare trompetpijp. De echte trompetpijpen zijn middels een stemschuif af te stemmen, maar de nauwkeurigheid van de bouw van dit type pijp ligt te hoog voor een amateur bouwer. Ulrich en ook Walter wezen me op het toepassen van tongen uit een melodica.

Het muziekinstrumentje speelt op ongeveer dezelfde winddruk als de orgel en het demonteren van dit instrument voor de tongen was slechts een kwestie van een 50 tal schroefjes losdraaien...

Ik had eerst een eigen versie gemaakt echter de resultaten vielen tegen. Van Walter kreeg ik een beschrijving, hoe hij ze maakte en ze speelden volgens hem perfect. Voor mij was dat de reden om naar Rulzheim af te reizen en me te overtuigen. Ik had de bouwbeschrijving van de 31er meegenomen en het aan Walter laten zien. Hij vertelden me dat het zijn tekeningen waren, die hij aan iemand had gegeven. Deze persoon heeft waarschijnlijk deze gegevens weer doorgegeven aan Ulrich, die alles opnieuw heeft uitgetekend. Ere wie ere toekomt! Terug naar de trompetpijp. Ze klonken inderdaad voortreffelijk. Op onderstaande foto's Walter en zijn trompetpijpen.

Ik had de bekers nog die ik voor mijn eerste poging had gemaakt bewaard. Deze kon ik nu goed gebruiken voor de pijpen volgens het concept van Walter. Op onderstaande foto de plaatsing van de trompetpijpen met boven in de quinten en onder verloopslangen met daarachter de balgen.

De orgel is nu gereed, resteert een bijpassende kar. Aan de onderzijde van de orgel heb ik een extra betonmultiplexplaat met steunen bevestigd, zodat ik het in en uit de de auto kan rollen/schuiven. De orgel zit met twee bouten en vleugelmoeren op de kar bevestigd.

De orgel heeft inmiddels al twee optredens gehad en heeft bewezen het in de praktijk te voldoen. Prima!

Tot slot moet er mog muziek gemaakt worden voor de 31er. Alhoewel er midi's voor de 31er verkrijgbaar zijn, is het zelf maken van midi's op basis van bestaande draaiorgelmidi's nog altijd leuker. Met behulp van Noteur en een zelf geschreven vertaalmodule is het vrij eenvoudig om midi's van een andere draaiorgel naar een 31 toets orgel om te zetten. Deze bezigheid vult bij mij vrijwel ieder moment vrije tijd van de dag en momenteel heb ik al ruim 1000 midi's speelklaar!